Paard & Levenskunst
Paarden kennen de kunst van het leven al......

Bibliotheek

Psychologische theorie animal assisted therapie / interventions:

Psychologische theorie animal assisted therapie/interventions
Bron: Handboek on AAT van Aubrey Fine
 
Welke psychologische theorie staat er achter de inzet van dieren bij therapie, coaching en ervaringsgericht leren?
Er zijn twee lijnen: 1. het zijn de eigenschappen van het dier zelf (intrinsiek) die voor het effect zorgen, of 2. het dier is een middel dat voor effecten zorgt.
 
1. Intrinsieke eigenschappen van het dier: continue aanwezigheid, spontaan gedrag, beschikbaarheid voor gebruik/interventie.

Biofilie hypothese (Wilson):  mensen hebben een aangeleerde focus voor andere levende wezens, deze focus heeft kalmerend effect. Maar: cultuur en persoonlijke ervaring zijn medebepalend en alles waar iemand op kan focussen heeft een kalmerend effect. Het contact met de natuur en dieren is de afgelopen eeuw zeer sterk terug gelopen voor veel mensen, evenals de mogelijkheid van fysieke activiteiten. De vraag is wat dit voor effecten heeft. Het mindere contact met de natuur is samengegaan met toegenomen ADHD, obesitas en diabetis type 2.  Er is veel onderzoek dat het belang van contact met de natuur en dieren aantoont. Het kan dus ook zijn dat AAT voor een deel die behoefte aan natuur invult, en daarmee een sociale vraagstelling is in plaats van een medische vraagstelling.

Leertheorie (behaviourisme: Thorndike, Watson, Skinner): alle activiteiten die prettig zijn voor een organisme zullen worden herhaald. Omgang met een dier dat prettig verloopt, zal een kalmerend en belonend effect hebben op mensen. Tegenover een dier worden gemakkelijker gedachten/ gevoelens /problemen/gebeurtenissen verteld, het dier oordeelt niet en praat niet terug. Het Rogeriaanse principe van onvoorwaardelijke liefde en steun voor een cliŽnt kan door een dier (deels) worden ingevuld.

Biologische waarden als hartslag/bloeddruk, huidtemperatuur, cholesterol, triglyceriden zijn gemeten bij AAA, maar daar komt (nog) geen duidelijke eenduidige uitslag uit. Stress, angst en depressie worden op fysiek nivo begeleidt door overactiviteit van de HPA-as, algemene verhoogde sympatische activiteit (gas): een te grote concentratie catecholamines (stresshormonen), verhoogde hartslag en bloeddruk, lage hartslagvariabiliteit, verhoging bloedplaatjes etc. Langdurig verhoogde stress geeft een groter risico op hart- en vaatziekten en onderdrukt het immuunsysteem waardoor allerlei infectieziekten en kanker meer kans krijgen te ontstaan.
Bij kleine kinderen zorgt de aanwezigheid van een hond gedurende een medische of tandartsbehandeling voor een lagere bloeddruk en minder stressverschijnselen. Bij volwassenen in een wachtkamer zorgt een aquarium voor minder stress tijdens het wachten en ook bij patiŽnten in het ziekenhuis die wachten op een grote operatie.
Bij kinderen en volwassenen zorgt de aanwezigheid van een vriendelijke hond bij stressvolle activiteiten voor minder stressverschijnselen. De stressmetingen zijn allemaal kort na de blootstelling of therapie met het dier gedaan, het is niet bekend of de fysieke effecten langere tijd aanhouden.
De stressreducerende effecten treden op als er naar een plaatje van een dier gekeken wordt, als er naar een echt dier gekeken wordt en als er met het dier omgegaan wordt. Vraag is natuurlijk of het korte termijn effect, verminderde stressverschijnselen, de oorzaak kan zijn van het feit dat epidemiologische studies aantonen dat het hebben van een huisdier levenslang beschermt tegen hart- en vaatziekten en dat mensen die herstellen van een hartaandoening sneller en beter herstellen indien zij een huisdier bezitten.

Bij een onderzoek bij groepen kinderen met chronische ziekten die enige tijd in een ziekenhuis moesten doorbrengen, werden geen verschillen gevonden in stressmetingen bij de AAT groep en de controlegroep. Dementerende patiŽnten die een aquarium in de eetzaal kregen, gingen beter eten en verloren minder gewicht dan de controlegroep. AAT lijkt effectief als het op individuen wordt toegepast, maar minder als het in een groep wordt toegepast.

Sociale mediatie: dieren kunnen een mediŽrende rol spelen in het mens-mens contact, hulpverlener en cliŽnt kunnen  beter ĎrapportĒ opbouwen door aanwezigheid van het dier. Mensen die begeleid worden door een dier worden door anderen gezien als vriendelijker, gelukkiger, minder bedreigend en meer ontspannen.
Het ontstaan van een hechte band tussen dier en mens word veel genoemd in de literatuur, maar een positief therapeutische effect door deze hechting is nooit wetenschappelijk aangetoond. Sommigen denken dat een dier als transitioneel object kan dienen: een object dat veiligheid geeft aan een cliŽnt totdat de relatie met de hulpverlener voldoende veilig is. Overigens is het niet goed als er alleen een hechting met het dier ontstaat, het dier moet de hechting aan de therapeut faciliteren.

Diereigenschappen kunnen als metafoor gebruikt worden, bv. De kracht, snelheid van een paard en zijn wil om de mens te dienen, harde werker. Zijn eigenschap om voor gevaar te vluchten (eerste reactie). Dat het paard aan een lijn loopt (geen vrijheid), in een stal met tralies staat (opgesloten), of vrij in de wei loopt (vrijheid).


2. Dier als middel dat cognitieve en gedragsverandering kan bewerkstelligen.
Doel van therapie is om positieve veranderingen te bewerkstelligen in de zelfperceptie van de persoon  (zelfvertrouwen, geloof in eigen kunnen, interne locus van controle). Dit leren kan plaatsvinden door observatie/modelling, instructie, imitatie en associatie. Dieren kunnen een directe en eerlijke feedback geven op het gedrag wat een cliŽnt vertoont, positief gedrag wordt beloond en dus gestimuleerd, negatief gedrag wordt niet beloond, genegeerd of bestraft.

Geloof in eigen kunnen, performance accomplishment (het succesvol doen van iets waar men bang voor is/was) en personal agency (het geloof dat iemand positieve dingen kan laten gebeuren) worden veel genoemd als elementen die belangrijk zijn in AAT. Echter, het is belangrijk dat ook na de therapie de sociale omgeving positief reageert op de nieuw verworven vaardigheden. Dit kan niet gegarandeerd worden, zodat het de vraag is of het effect van therapie blijvend is. Er zijn geen lange termijn studies.
Ook role play is genoemd als instrument van gedragsverandering. Door de omgang met dieren kan de rol van verzorger of leraar van het dier opgenomen worden. Deze rol zou de cliŽnt dan ook buiten de therapiecontext moeten volhouden. Er is geen onderzoek gedaan op dit punt.
Het concept van sociale steun zou een factor kunnen zijn van succes in AAT. Sociale steun bestaat uit positieve acties, inter-persoonlijke transacties en sociale provisies voortkomend uit sociale relaties. Sociale steun wordt al heel lang gezien als positief voor gezondheid en welzijn van mensen. Mensen zonder goede sociale netwerken hebben vaker last van angsten, depressies en psychische stoornissen.
Sociale steun is onder te verdelen in drie factoren:
 
1.Te identificeren sociaal netwerk waarin iemand een plaats heeft, beschermt tegen eenzaamheid en isolatie.
2.De eigenschappen van het netwerk, welke soort relaties (familie, vrienden), welke rol speelt men in het netwerk en wat zijn de verwachtingen.
3.Functionele zaken zoals kosten en opbrengsten van het netwerk, zoals concrete hulp, sociale steun, intimiteit. Of conflicten en verwachtingen die ingelost moeten worden.

 
Sociale steun kan in vier vormen gegeven worden
1.Emotionele steun
2.Versterken van de eigenwaarde, door zich geliefd of nodig te voelen
3.Praktische en instrumentele hulp
4.Advies en informatie

Sociale steun beschermt tegen stress, ofwel direct, of als buffer. En voorkůmen van langdurige stress is positief voor gezondheid en welzijn van mensen. Contact met dieren kan indirect sociale contacten met andere mensen opleveren, dieren zijn een katalysator voor mens-mens contact. Dieren, met name huisdieren, kunnen gezien worden door mensen als sociale steun, ook al weten mensen dat dieren geen mensen zijn, dieren benaderen het dichtste menselijk gezelschap. De eigenaar "construeertĒeen sociale relatie met zijn dier. Daarnaast zorgt het hebben van een huisdier voor gemakkelijker contact (ijsbreker) met andere mensen. Een dier geeft dus direct en indirect sociale steun.

Bij ernstige ziektes, rouw en dergelijke is sociale steun zeer belangrijk. Echter soms vinden mensen dat moeilijk om te vragen omdat de gevoelens te pijnlijk zijn en de angst te groot, het uiten van emoties kan sociaal ongemakkelijk zijn voor zowel de patiŽnt als degene die het aanhoort. Sommige mensen willen ook Ďsterkí zijn voor hun familie en vrienden. Bij dieren kunnen mensen gemakkelijker hun pijnlijke gevoelens en emoties kwijt, het voelt sociaal niet ongemakkelijk.
In een onderzoek bij borstkankerpatiŽnten is gebleken dat huisdieren sociale steun kunnen bieden en bij rouwverwerking hebben mensen met huisdieren minder stressklachten en minder fysieke symptomen.

Het maakt niet uit of mensen huisdieren bezitten of dat zij tijdelijk in contact komen met dieren tijdens een therapie: de positieve effecten van sociale steun treden in beide gevallen op.Studie door Burgon en apart door Bizub in 2003, bij 6 vrouwen met diverse psychische klachten kregen een therapie van 10 weken met paarden: na de therapie waren zelfvertrouwen en eigenwaarde toegenomen, ook op andere gebieden in hun leven. De onderlinge communicatie tussen patiŽnten in een groep wordt gestimuleerd en vergemakkelijkt door de aanwezigheid van de dieren.
Als mensen bang zijn van dieren, ze vies vinden of allergisch voor ze zijn, dan is AAT niet de juiste keuze.


Psychotherapie en AAT: richtlijnen en suggesties voor therapeuten.

Onderzoek (in VS) hoeveel psychotherapeuten dieren gebruiken= 20% van onderzochte populatie. Meestal omdat het eerste contact (rapport tussen cliŽnt en behandelaar) ermee vergemakkelijkt wordt en dieren een motiverende factor zijn om aan de therapie te beginnen en vol te houden. Dieren wekken positieve emoties op, zorgen ervoor dat de cliŽnt glimlacht en lacht, dit versterkt weer de positieve emoties. Dieren laten allerlei emoties zien (ongepland) waarop ingegaan kan worden. Daar waar een cliŽnt behoefte heeft aan fysiek contact kan een dier hem dat geven, waar de therapeut vanuit ethische codes dit niet kan.
De omgang van de therapeut met het dier (zorgzaam, liefdevol) kan door de cliŽnt als een voorbeeld/ metafoor gezien worden voor zijn eigen relaties met ouders, familie, en verzorgenden. Ook de manier waarop de therapeut ongewenst gedrag negeert (soms straft) en gewenst gedrag beloond bij zijn dieren kan cliŽnten en eventueel ouders laten zien hoe je het beste kunt opvoeden en grenzen stellen. De behandelaar kan ook zien hoe de cliŽnt met het dier omgaat (te beschermend, te ruw, ongevoelig, onverantwoordelijk) en dat gebruiken om de omgang met ouders/familie/kinderen te bespreken.

Het succes van psychotherapie komt volgens psychotherapeuten uit twee zaken:
1.Het scheppen van de juiste therapeutische inter-persoonlijke context (warm en accepterend)
2.Het kunnen leren door de cliŽnt van nieuwe vaardigheden en afleren van niet-functionele patronen

Een metaonderzoek naar effect van psychotherapie heeft aangetoond dat het effect voor 40% wordt bereikt door cliŽntaspecten (motivatie, doorzettingsvermogen, intelligentie etc.), voor 15% door uitkomstverwachting en placebo effect. Slechts 15% wordt bijgedragen door hoe goed/passend de theoretische grondslag is. De persoonlijkheid van de therapeut (warmte, affirmatie en vriendelijkheid) maakt 30% uit van het effect.

Buitenritten in de natuur kunnen bijdragen aan het welzijn van kinderen (biofilie hypothese)
Hippotherapie: de beweging van een paard lijkt wat op lopen van mensen, zonder dat er gewicht op de benen hoeft te komen. Postuur, balans en mobiliteit kunnen hierdoor verbeteren. In te zetten bij mensen met eenzijdige verlamming, spastici, stijve spieren, coŲrdinatie, balans en postuur problemen. Rijtherapie is actiever en zorgt ervoor dat cliŽnt actief de controle neemt over het paard, waarbij flexibiliteit, balans, motorische coŲrdinatie, cardiorespiratie, spiersterkte, spreek en taalvaardigheden verbeteren. Eigen gedrag controleren (vanwege reactie van het paard) en geheugen verbeteren vanwege de volgorde van poetsen, zadelen, rijden. Zelfvertrouwen en aandachtsspanne nemen toe. Voltigeren vraagt een goed communicatie tussen mens en dier en vertrouwen.
Er is onderzoek dat de positieve invloed van dieren op de menselijke gezondheid aantoont.Het meeste onderzoek is echter slecht opgezet, te weinig deelnemers, niet theoretisch onderbouwd. TheorieŽn die gebruikt worden in dit onderzoek: Levensstadia theorie Erikson, Continuiteitsmodel van Wilson, Health belief model van Lewin, Social support theorie van Cobbs, familie cohesie theorie van Triebenbacher.

Hoeveel de mens-dier interactie toevoegt, zal moeten komen uit goed opgezet onderzoek! HiŽrarchie van bewijsvoering: Onderzoek loopt van case studies/reports, case series surveys, qualitative research, anecdotes naar nonrandomized trials en observational studies, tot randomized controlled trials (dubbelblind/placebogecontroleerd). Als laatste volgt dan de meta-analyse. Wat nodig is, is evidence-based therapie, gecontroleerde studies, met gedefinieerde onderzoeksgroepen, controlegroepen, random verdeelde patiŽnten en duidelijkheid over wat er gemeten gaat worden. Effectiviteit en efficiency moeten gemeten worden en ook de lange termijn, na de therapie meten of de effecten blijvend zijn. Welzijn van het dier moet gemonitord worden.
Voorstel: het begrip human-animal interactions als paraplu-begrip te nemen bij onderzoek (nu niet te vinden in MEDLINE/PUBMED en het Europese Embase bijvoorbeeld). Zoeken op "bonding-human-petĒgeeft de meeste zoekresultaten.






« Terug naar het overzicht
Home | Laatste bericht | Over mij | Links | Blog | Aanbieders | Bibliotheek | Contact | Registreren,donatie en inloggen | Ontwikkeld door SatDesign